‘We denken van nature andersom’

Lemz zette zich met het digitale lokmeisje Sweetie op definitief op de wereldkaart en verspreidt zijn ‘prosociale’ creatieve ideeën met één doel: de Nobel Prijs winnen. 

Amsterdam, 21 februari 2015 – Lemz werd in 2014 wereldberoemd. Toen kwam naar buiten dat dit Amsterdamse communicatiebureau achter het digitale lokmeisje Sweetie zat dat door Terre de Hommes werd ingezet om plegers van webcamseks op te sporen. Meer dan 1000 namen van pedofielen werden aan Interpol doorgespeeld. Een case die op alle toonaangevende nieuwszenders – van CNN tot AlJazeera - werd uitgelicht. Een mooie doorbraak dus voor het bureau dat met zijn creatieve ideeën de wereld wil verbeteren. ‘Niet internationaal gaan, is voor ons geen optie’, zegt managing director Willem van der Schoot. ‘Wij gaan voor niets minder dan de Nobel Prijs, dus hoe meer impact hoe beter. Ik vind dat onze missie is mislukt als we over een paar jaar geen internationale projecten hebben gedaan.’ 

Concessieloos

Lemz-teams reizen vanuit Amsterdam – waar voornamelijk voor Nederlandse klanten wordt gewerkt - de wereld over om problemen van bedrijven, overheden en andere organisaties te kraken. ‘Wij hebben vorig jaar een week lang bij de Verenigde Naties gebivakkeerd waar we binnen een uur problemen van grote omvang probeerden op te lossen. Dat leidde tot heel concrete, bruikbare oplossingen. Ik zie Lemz als een pop-up agency dat directies van organisaties die behoefte voelen om stappen te zetten op het gebied van maatschappelijke relevantie verder kan helpen. Wij kunnen op het moment dat de business vastloopt een interessante rol spelen. We worden ingevlogen om een probleem op te lossen en zullen sneller met concessieloze ideeën komen dan de vaste bureaus waarmee wordt gewerkt. De organisaties kunnen vervolgens gewoon met hun eigen reclamebureau blijven werken.’ 

Voordeel van het pop-up model is dat er organisatorisch weinig voor nodig is en er meestal geen ingewikkelde deals gesloten worden.

Knexxen

Het prosociale denken van Lemz is niet altijd groots en meeslepend, maar kan juist ook in kleinere projecten zitten. Zo werkte het bureau samen met een Duits warenhuis waarvoor een nieuwe winkelinrichting werd bedacht. Niet door het bureau zelf, maar door de 110 medewerkers die zelf hun droomwinkel mochten vormgeven. Is dat nu iets wat alleen door een Nederlandse bedrijf bedacht kon worden? Van der Schoot denkt van wel. ‘Wij leggen snel verbindingen, kunnen goed knexxen. Binnen sociale structuren, maar ook tussen creativiteitsvormen zoals design, architectuur en online. En op al die gebieden hebben we heel veel kwaliteit in huis. Er wordt vaak gevraagd: hoe komen jullie erop? Een belangrijke factor is dat Nederlanders gewend zijn van nature andersom te denken. We hebben een klein land en veel zee. We denken dan “we maken er land van.” Ik denk dat we dat veel beter moeten etaleren, dat we daar soms net iets beter in zijn dan andere culturen.’ 

Achilleshiel

Toch moeten Nederlandse bedrijven in de creatieve industrie hun eigen product niet overschatten, vindt Van der Schoot. ‘Volgens mij moet je niet naar het buitenland gaan, omdat je denkt dat je iets kunt verkopen. Wij doen het meer uit nieuwsgierigheid. We willen andere mensen en andere culturen leren kennen.’ 

Het helpt ook met ontdekken van het verder ontdekken van sterktes en zwaktes van het bedrijf. Van der Schoot kent inmiddels de achilleshiel van Lemz. ‘We kunnen wel snel een oplossing bedenken, maar hebben niet altijd het geduld en precisie het helemaal af te maken. In Duitsland word je daar wel op afgerekend. Daar moet je juist met tien keer zoveel precisie werken. Daarnaast zijn alle clichés natuurlijk waar: we kunnen er als Nederlanders nogal lomp ingaan. Maar daar staat tegenover dat we ook erg empathisch zijn, dat compenseert het weer.’