Ontwerpsector groeit, maar export stagneert

02/04/2019/WdJ
De Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) heeft haar jaarlijkse Branchemonitor gepubliceerd. Die laat een actieve ontwerpsector zien, waarin bureaus op zoek gaan naar nieuw personeel en zzp’ers beduidend meer uren zijn gaan werken. Maar de exportcijfers blijven achter: velen vinden de stap naar het buitenland nog te groot.

Het doel van de BNO Branchemonitor is enerzijds een beeld te geven van de omvang en betekenis van de ontwerpsector, en anderzijds de aangesloten ontwerpers en bureaus de kans te geven hun eigen bedrijfsvoering te vergelijken met die van anderen. De net gepubliceerde Branchemonitor 2019 toont de cijfers over het jaar 2017. En die zijn positief. Het aantal werkenden groeit, de omzet per fte neemt toe en er is een verdubbeling van de gewerkte uren bij de zelfstandige ontwerpers.

Helaas zit die groei niet in de exportcijfers. Nederlands ontwerp staat internationaal hoog aangeschreven; je zou verwachten dat je dat terugziet in de omzet. Toch haalden zzp’ers in 2017 maar 14 procent van hun omzet uit het buitenland. De grotere bureaus doen dat met 16 procent iets beter. Voorgaande jaren laten een vergelijkbaar beeld zien. Opvallend is dat slechts een minderheid van de ontwerpbureaus een internationale focus heeft. Daarbij richt men zich vooral op het intensiveren van relaties met bestaande opdrachtgevers, wat overigens ook kenmerkend is aan de manier van acquireren en netwerken in de creatieve industrie. 

Van de in het buitenland behaalde omzet is bijna de helft afkomstig uit de hoofdactiviteit service en/of experience design. Hiertoe behoren alle vormen van niet tastbaar ontwerp zoals: service design, social design, strategy design, UX-design, interaction design, digital solutions, way finding etc. De andere helft valt in de categorieën industrieel en/of product ontwerp en ruimtelijk ontwerp, interieurontwerp en/of -architectuur. Met de hoofdactiviteit communicatie en/of grafisch ontwerp wordt over de grens de minste omzet in het buitenland gehaald, omdat dit sterk cultuur- en taalafhankelijk is. 

Van de bureaus en zzp’ers zonder internationale focus geeft 73 procent aan dat zij genoeg opdrachten in Nederland hebben. Hier ondervinden zij logischerwijs overigens wel de grootste concurrentie van andere Nederlandse ontwerpers en bureaus. Het gebruik van subsidies of zakelijke ondersteuning scoort opvallend genoeg laag, evenals het werken met lokale partners in het buitenland. Bijna de helft van de bureaus geeft aan dat ze de stap naar het buitenland op dit moment te groot vinden. Op dit punt is er dus nog genoeg terrein te winnen.

Het volledige rapport vind je op de website van de BNO.

branchemonitor_bno_buitenland.png